Het dekseltje ging heel even open
We praten samen. We verkennen. Maar je opent je niet. We lopen een beetje in rondjes. En dat is voor nu oké.
En dan… ergens halverwege het traject gebeurt er iets.
Het dekseltje van een doosje in jou gaat héél even open.
Niet helemaal. Maar net genoeg om een glimp te zien van wat daar al die tijd zorgvuldig opgeborgen ligt. Jouw trauma. De gebeurtenis vanuit het verleden. De herinnering die simpelweg te zwaar voelt om er echt naar te kijken. Het is te pijnlijk.
Vrijwel meteen gaat het dekseltje er weer op. Stevig en hermetisch afgesloten.
Je wilt er niet over praten. Het is geweest. Logisch dat je dat zegt, want wat daarin zit voelt te groot, te pijnlijk, te overweldigend.
Dus ik respecteer je besluit. Ik ga niet trekken of wrikken aan dat dekseltje. Pas wanneer jij er klaar voor bent, kunnen we er samen naar kijken. Niet alles tegelijk, maar stukje voor stukje. Alsof we samen een kamer opruimen die al jaren dicht zit.
Zolang het dekseltje dicht blijft, verandert er vaak weinig in datgene waar je dagelijks tegenaan loopt. De angst. De spanning. De patronen waar je maar niet uit lijkt te komen.
Vaak zie je zelf de link nog niet.
Maar op het moment dat die kwartjes beginnen te vallen, gebeurt er iets moois.
Dan ontstaat de bereidheid om af en toe samen dat dekseltje op te tillen. Niet om alles opnieuw te voelen, maar om eindelijk te kunnen helen.